alt

Columns

De Passieparadox
De praktijk bewijst, wat een psycholoog als Maslow heeft opgeschreven, of andersom natuurlijk: als de mens honger en dorst heeft gestild, zich van veiligheid en vrienden heeft verzekerd, dan rest hem nog een ding te verlangen, en dat is geluk. Omdat alles sneller en heviger gaat, moet ook die behoefte instant, intens en massaal worden gestild: iedereen wil daarom nu PASSIE.
Het woord wordt rondgestrooid als kunstmest. De moderne calculerende mens wil meer en lekkerder, dus eist dat passie ook nog graag gemakkelijk op zijn bordje geserveerd wordt, zonder er dus moeite voor te willen doen. Maar als je denkt dat dat kan tuimel je in een paradox. Want als je vol houdt te denken dat je haar zo kunt krijgen, beleef je haar nooit.
Het is niet dat de passie niet wordt aangeboden: je kunt het volgens de reclame als bijwerking krijgen bij de consumptie van chocolade of alcohol. Er is zelfs een eau de toilet dat zo heet. Je kunt adviseurs inhuren die passie komen in- of aanbrengen. Van Tjakka tot Buddha. In de hoop dat je het gratis kunt meebeleven zonder er moeite voor te doen, worden mensen die totaal bezeten zijn van een liefhebberij, zoals verzamelaars, in het publicitaire zonnetje gezet,liefst op de cover. Avonturiers of sporters die fysieke grenzen hebben overschreden die een ander uit angst vermijdt, mogen optreden voor zalen of publieke media. Passie is in zeker opzicht inderdaad een lariekoekwoord en tegelijkertijd iets dat mee- en optelt.
Passie is niet exclusief weggelegd voor avonturiers of kunstenaars, of politici misschien, maar in principe mogelijk voor iedere beroepsbeoefenaar. Zelfs voor de professional die voor de buitenwereld iets doet wat weinig glamour heeft. Die een vak heeft dat staat voor saaiheid en degelijkheid, voor rekenen en rationaliteit. Passie wordt verbonden aan succes in werk en bedrijf. Als je moet vissen in een schralere werving markt, dan moet je iets extra’s kunnen bieden. Passie is de beloning, die de waarde van geld, emolumenten en bonussen haast te boven gaat. Ook als je in je bedrijf loyaliteitsarmoede ervaart door informatietechnologie en telewerken, dan tover je toch graag die passie als bedrijfscement uit de hoge hoed. Er zijn sollicitanten die de passie bij wijze van spreken in hun arbeidsvoorwaarden willen krijgen aangeboden. Als je als management wilt dat je medewerkers gemotiveerder raken dan probeer je dat te doen door ze passie te laten hebben, desnoods aan te praten. En daarom is menig bedrijfssymposium gewijd aan passie.
Vroeger zou je misschien nog nuchter kunnen blijven denken: Passie! Wat koop ik ervoor? Maar nu de beleveniseconomie is aangetreden, waarin prettige emoties als bijproduct of hoofdartikel een reëel financiële waarde vertegenwoordigen op de markt, en bovendien een slok op een borrel schelen bij het berekenen van de gevolgen aan verlies door ziekteverzuim of personeelsverloop in een organisatie, kun je daarover nog eens achter je oor krabben.
Maar heeft iedereen wel een compleet beeld van de passieparadox? De paradox is namelijk dat je geen passie kunt hebben als je niet ook bereid bent om te lijden. Al die avonturiers met hun passie hebben veel te verduren gehad, al die kunstenaars moesten lijden, al die verzamelaars zijn bang voor verlies. Lijden. Dat is precies de tweede betekenis van passie, dat vergeet menigeen.
Lijden is inherent. Om passie te ervaren moeten grenzen verlegd moeten worden. Dat gaat eigenlijk altijd een beetje van au. Je stapt in het onbekende, je gaat een verandering tegemoet, je bent onzeker, de angst ligt op de loer en grijpt je soms aan, je moet voor de overwinning hard knokken. En wie dat er allemaal niet voor over heeft, krijgt echt geen passie, hoe hij ook ruikt, wat hij ook koopt, wat hij ook kletst, hoe hij ook onderhandelt tijdens het sollicitatiegesprek. Dat is de passieparadox.
Er is maar een conclusie:passie is of lariekoek en stelt dus niets voor, of zij stelt iets anders voor dan wat de meeste mensen vanuit gezond verstand denken. Maar hoe dan ook: gezond verstand zegt ook: alles heeft zijn prijs, maar dan krijg je ook iets onbetaalbaars: de kick en nog veel meer...

De Crisis, en toch nog: de Kick
Een nieuwe wereldwijde crisis staat op tilt. Erger dan in de jaren dertig van de vorige eeuw, ons ijkpunt van financiele ramp. Berichten, zegslieden, economen en anderen kondigen haar aan. Zij beroepen zich op klassieke kennis van gerenommeerde economen als Keynes, Friedman, Merton en Galbraith. Zij baseren hun voorspelling op de dreigingen van instortende financiële markten, onroerend goed markten, failliete Eurolanden, bijkans failliete Verenigde Staten en het tanende vertrouwen van beleggers. Die gegevens zijn onomstotelijk waar. Maar betekent dat ook dat je die oude crisis zich herhaalt? Ik denk dus van niet, maar dat garandeert helaas toch geen vrolijke column. Ik ga me namelijk niet ook nog eens storen in het veredelde getwitterde mumblecore over ditjes en datjes zoals het haar van Matthijs van Nieuwkerk, mijn keramieken keukenmes, of over hoe je moet doen als je Annemarie Oster tegenkomt. Afleiding dames en heren van waarom het gaat.

Donker kijk ik al jaren naar de gewetenloze hebzucht die vrije markteconomie heet en die met actuele missionarissenijver wordt gepredikt of gewapend wordt afgedwongen onder de belofte van “democratie” in gebieden waar eigenbelang verdedigd moet worden. We vragen erom. Hebzucht met glamourcoating die wordt verheerlijkt in de media. Met rijkaards als iconen. Met bestedingsgedrag als die als bewonderenswaardig. Het leven als een miljonairsfair. Met vergaard bezit als jaloersmakende asset. Bimbo’s, kitsch, stijlloze oppervlakkigheid en zelfgenoegzaamheid zijn het nieuwe zwart.

Consumentisme, schuldenlasten en diepe gevoelens van depressie worden aangewakkerd door een voortdurende verspreiding van illusies over de maakbaarheid, lees koopbaarheid, van een perfect en gelukkig leven. De emotionalisering van ons leven, gepaard aan de beschikbaarheid van alle informatie maakt dat we harder van slag zijn over de dood van Amy Winehouse dan over de hongersnood in de hoorn van Afrika. Dat we liever de privé uitlating van John Galliano in een Parijs cafe afstraffen dan het aanzienlijk gevaarlijker gedrag van Wilders. Zijn aanwezigheid op internationale fora als in Berlijn wordt intussen blij en zonder commentaar afgebeeld met een kleurenfoto temidden van zijn Europese gevaarlijk ideologische clubgenoten. Hij wordt in tegenstelling tot de talentvolle ontwerper vervolgens wordt vrijgesproken van laster en belediging door een publieksbange rechter. Hij wordt namelijk met succes en onder luid applaus verdedigd door een bruin gemaquilleerde “steradvokaat”, die in alle voor de PVV als links te boek staande opinieprogramma’s ongebreidelde vrije televisie zendtijd van de wereld krijgt en onverdroten tevens als vaste sidekick optreedt in een breed bekeken televisieroddelrubriek.

Demagogie rolt uit de mond van politici. Zij veroorzaakt het gevaarlijk door elkaar halen van begrippen, een verschijnsel dat klakkeloos wordt overgenomen door de media, al of niet onder redactie. Vrije markteconomie en democratie worden op een hoop gegooid om agressief oorlogsbeleid te legitimeren. Normen en waarden, twee totaal verschillende begrippen, worden standaard in een adem genoemd om repressie te verdedigen. Vrijheid van meningsuiting wordt vereenzelvigd met strijd tegen de islam. Linkse beginselen worden vereenzelvigd met ideologische misleidende terreur. Een goed persoon zijn wordt vereenzelvigd met populariteit, waarbij je persoonlijke design en je leger followers als maatstaf dienen. En zo ben je zo goed als de mensen van Oh Oh Cherso, Britt of Linda de Mol. Of als het nieuwe genie Martin Bosma, spindokter van reeds genoemde Wilders, uit wiens pen de Kopvoddentax ontsproot. Hij kreeg zelfs een poosje een eigen column in de kwaliteitskrant NRC Handelsblad, door hem overigens afgeschilderd als Wapen van de Linkse Ideologische Terreur...

2012 zal inderdaad vast een wrang jaar worden. Maar een crisis zoals toen in de jaren dertig krijgen we denkelijk niet. De digitale ontwikkelingen met daarin social media hebben een ongeëvenaarde verschuiving van macht naar een nieuwe klasse veroorzaakt. De consumentenmarkt, de klasse van de onderbuik, waar stemming motief en kwaliteitsijking is, domineert op de schermen, de fora en op de miljonairs-hitlijsten. Daar heb je eigenlijk geen grote snordragende of geblondeerde leider meer voor nodig. De anonieme haard van besmettelijke stemming kan gemakkelijk worden verspreid door media en social media als drager. Rebellie en opstanden zijn gemakkelijk te regelen. En dus ook te voorspellen. Daar heb je het via internet aanstormende leger hoopvolle trendwatchers niet voor nodig. En die voorspellen dat ook niet, want daarmee verdien je natuurlijk geen populariteit of geld. Wie wil echt Cassandra zijn? Zij zijn net als media marktconform.

Ik zie ik ditmaal geen crisis maar een totale revolutie aanstormen, op economisch, sociaal, politiek en psychologisch gebied. Innovatie is het sleutelwoord en het antwoord tegen depressie: want grensverleggen bezorgt een kick. Alles gaat op zijn kop. Waar in onze contreien voorheen de grote multinationale ondernemingen de dienst uitmaakten vervalt de beurt nu aan kleinere innovatieve nieuwe marktgevoelige jonge ondernemers. Gastarbeiders zijn de nieuwe tycoons. Waar voorheen de Verenigde Staten de markt dicteerden, zullen nu geheel andere landen en werelddelen die lead krijgen. Landen die beschikken over natuurlijke bronnen of grondstoffen, zoals rare earth, goud, diamanten, olie. Of landen, werelddelen, die zelf een grote interne markt, dus een dichte bevolking hebben, zoals India, China, Indonesië. Landen die bovendien zo weinig 'ontwikkeld' waren dat zij nu de gelukkige staat van immuniteit hebben voor de epidemische vertrouwenscrisis op de effectenmarkt en de geschakelde effecten van ineenvallen van markten a la vallende dominostenen.

In het oog van die revolutie overleven mensen, instituten, landen, regeringen die flexibel zijn en open staan niet alleen voor innovatie in producten diensten en denken, maar vooral ook voor vreemde culturen. Die bereid zijn kennis te maken met nieuwe talen en gebruiken, die iets weten van relatiebeheer, diplomatie, charme en onderhandelen het redden. Ontwikkelingen waarin de onderbuik in een satanisch verbond van media en markt het belemmerend voortouw nemen om te houden wat er is, Ik houd van Holland, benemen hen die kans. Daarom zou iedereen, ook zij die nu rijk, populair en machtig zijn al was het alleen maar vanuit gezond eigenbelang, moeten knokken voor een nieuwe cultuur van gewetensvolheid, respect, elegantie. Kost moeite, loont een berg. Begint met de kick.